beding
zelfstandig naamwoord, werkwoord bə'dɪŋBetekenis
- een bij onderhandeling overeengekomen voorwaarde
Hoe spreek je beding uit?
/bəˈdɪŋ/
Beding bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| d | dak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bedingen | meervoud |
| bedingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bedingetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedingen
- gebiedende wijs van bedingen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedingen
Vervoeging van beding
bedinghele werkwoord
Herkomst
Afgeleid van bedingen
Woordfamilie van beding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedingetje | verkleinwoord | beding |
| bedingetjes | verkleinwoord meervoud | beding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beding zijn vastgelegd.