string
zelfstandig naamwoord strɪŋBetekenis
- reeks tekens (tevens in sommige programmeertalen een datatype)
- basaal 'deeltje' in de stringtheorie
- tanga die van achter slechts uit een koordje ('string') bestaat, stringtanga
- streng ??
- touw
- snaar
- snoer
- rijgen
- snaren aanbrengen
Hoe spreek je string uit?
/strɪŋ/
String bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- basaal "deeltje" in de stringtheorie
- snaar van een muziekinstrument
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stringetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stringetjes | verkleinwoord, meervoud |
| strings | meervoud |
Herkomst
In twee verschillende betekenissen een leenwoord uit het Engels:
Woordfamilie van string
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stringetje | verkleinwoord | string |
| stringetjes | verkleinwoord meervoud | string |
| strings | meervoud | string |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van string zijn vastgelegd.