vereniging
zelfstandig naamwoord vərˈenəˌɡɪŋBetekenis
- vrijwillige groepering van persoon|personen (leden), met of zonder rechtspersoonlijkheid, die gericht is op een bepaald doel en met een bestuur aan het hoofd
- samenvoeging van een aantal zaken of samenkomst van een aantal personen
- een operatie die twee of meer verzamelingen samenvoegt
Hoe spreek je vereniging uit?
/vərˈenəˌgɪŋ/
Vereniging bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| e | veel |
| n | nek |
| g | goal |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- vrijwillige groepering van personen (leden), met of zonder rechtspersoonlijkheid, die gericht is op een bepaald doel en met een bestuur aan het hoofd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vereeniging | |
| verenigingen | meervoud |
| verenigingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| verenigingetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van verenigen met het achtervoegsel -ing.
Woordfamilie van vereniging
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verenigingen | meervoud | vereniging |
| verenigingetje | verkleinwoord | vereniging |
| verenigingetjes | verkleinwoord meervoud | vereniging |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vereniging zijn vastgelegd.