aflevering
zelfstandig naamwoord ˈɑflevəˌrɪŋBetekenis
- elk onderdeel van een tv-serie dat op regelmatige tijden wordt uitgebracht of uitgezonden
- het afleveren van iets
Hoe spreek je aflevering uit?
/ˈɑflevəˌrɪŋ/
Aflevering bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| l | land |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afleveringen | enkelvoud |
| afleveringetje | verkleinwoord, eerste persoon |
| afleveringetjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| afleverinkje | verkleinwoord, eerste persoon |
| afleverinkjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afleveren met het achtervoegsel -ing.
Woordfamilie van aflevering
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afleveringen | enkelvoud | aflevering |
| afleveringetje | verkleinwoord, 1e persoon | aflevering |
| afleveringetjes | verkleinwoord | aflevering |
| afleverinkje | verkleinwoord, 1e persoon | aflevering |
| afleverinkjes | verkleinwoord | aflevering |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aflevering zijn vastgelegd.