koppeling
zelfstandig naamwoord ˈkɔpəˌlɪŋBetekenis
- een constructie die in een motor of voertuig mechanische krachten op een te onderbreken wijze overbrengt
- een vaste maar beweeglijke verbinding tussen twee voorwerpen, bijvoorbeeld treinwagons
- een verbindingsstuk
- een verbinding tussen hardware en/of apparatuureenheden
- de daad van het koppelen (ook figuurlijk)
Hoe spreek je koppeling uit?
/ˈkɔpəˌlɪŋ/
Koppeling bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| p | pak |
| ə | de |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koppelingen | meervoud |
| koppelingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koppelingetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van koppelen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van koppeling
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koppelingen | meervoud | koppeling |
| koppelingetje | verkleinwoord | koppeling |
| koppelingetjes | verkleinwoord meervoud | koppeling |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koppeling zijn vastgelegd.