kort geding
zelfstandig naamwoord ˌkɔrtxəˈdɪŋBetekenis
- rechtszaak met versnelde procedure om over een dringend probleem te beslissen
Hoe spreek je kort geding uit?
/ˌkɔrtxəˈdɪŋ/
Kort geding bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| t | tak |
| x | acht |
| ə | de |
| d | dak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kort gedingen | meervoud |
| kort gedingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kort gedingetjes | verkleinwoord, meervoud |
| korte gedingen | meervoud |
Herkomst
vaste verbinding van kort (bijvoeglijk naamwoord) en geding (zelfstandig naamwoord), in Nederland uitgesproken met de klemtoon op 'kort' en dus te beschouwen als een woordgroep die volgens spellingregel 6.B met een spatie geschreven wordt, anders dan kortgeding in België
Woordfamilie van kort geding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kort gedingen | meervoud | kort geding |
| korte gedingen | meervoud | kort geding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kort geding zijn vastgelegd.