marketeer
zelfstandig naamwoord ˌmɑːrkəˈtiːrBetekenis
- medewerker die zich bezighoud met de verkoop, het aanprijzen van producten van een bedrijf en het onderzoeken van de behoeften van de consumenten
Hoe spreek je marketeer uit?
/ˌmɑrkəˈtir/
Marketeer bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| k | kat |
| ə | de |
| t | tak |
| i | riet |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| marketeers | meervoud |
Herkomst
afgeleid uit het Engels
Woordfamilie van marketeer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| marketeers | meervoud | marketeer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van marketeer zijn vastgelegd.