dracht
zelfstandig naamwoord drɑxtBetekenis
- kleding (die traditioneel in een streek gedragen wordt)
- de draagtijd van een zwanger wijfjesdier
- de tijd dat planten stuifmeel en nectar voortbrengen
- de gemiddelde afstand waarop straling nog waargenomen kan worden
- een periode in het bijenjaar waarin volop nectar voorhanden is en het volk voorraden opbouwt
Hoe spreek je dracht uit?
/drɑxt/
Dracht bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| drachten | meervoud |
| drachtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| drachtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van dragen met het achtervoegsel -t
Woordfamilie van dracht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drachten | meervoud | dracht |
| drachtje | verkleinwoord | dracht |
| drachtjes | verkleinwoord meervoud | dracht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dracht zijn vastgelegd.