delen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈdelə(n)Betekenis
- samen met een ander gebruiken
- het verstrekken van informatie (in de ruime zin van het woord) aan een of meer anderen, of het publiceren ervan, of als het online staat, het attent erop maken en gemakkelijk toegankelijk maken door het verstrekken van een link
- in meer dan één stuk snijden of hakken
- rekenkundige bewerking: het aantal bepalen dat een getal (het deeltal) groter is dan een ander getal (de deler)
- gezaagde houten planken
- gelijksoortige stukken (bestanddelen, afdelingen enz.) van een geheel (de stukken kunnen verschillen in grootte maar zijn gelijk van samenstelling)
- onderdeel|onderdelen, waarbij verschillen in functie of samenstelling buiten beschouwing zijn gelaten
- blad
Hoe spreek je delen uit?
/ˈdelən/
Delen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| e | veel |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als deelen.
werkwoord
- ~ in: een aandeel krijgen in
Vervoeging van delen
delenhele werkwoord — deeldeverleden tijd enkelvoud — deeldenverleden tijd meervoud — gedeeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | deel | deelde |
| jij | deelt | deelde |
| hij, zij, het | deelt | deelde |
| wij | delen | deelden |
| jullie | delen | deelden |
| zij | delen | deelden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| deel | gebiedende wijs |
| deelde | verleden tijd |
| dele | aanvoegende wijs |
| delend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedeeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedeeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedeeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedeeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedeeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedeeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedeeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedeeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedeeld | verleden tijd, deelwoord |
| gedeeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedeeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedeeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te delen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedeeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen delen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal delen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal delen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal delen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou delen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou delen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou delen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden delen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden delen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden delen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt delen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen delen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen delen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen delen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen delen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult delen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord
- onderdelen, waarbij verschillen in functie of samenstelling buiten beschouwing zijn gelaten
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord deel
Herkomst
ww: erfwoord via Middelnederlands delen van Oudnederlands delon, in de betekenis van ‘verdelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van delen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deelde | verleden tijd | delen |
| deelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | delen |
| deelen | woordvorm | delen |
| deelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | delen |
| delend | onvoltooid deelwoord | delen |
| delende | woordvorm | delen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van delen zijn vastgelegd.