deelbaar
bijvoeglijk naamwoord ˈdelbarBetekenis
- dat iets in delen uit elkaar te halen is
- (van getallen) a is deelbaar door b indien in de formule a/b=c c een geheel getal is.
- dat iets ook door anderen gebruikt kan worden
Hoe spreek je deelbaar uit?
/ˈdelbar/
Deelbaar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| e | veel |
| l | land |
| b | bak |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- a is deelbaar door b indien in de formule a/b=c c een geheel getal is.
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| deelbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| deelbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| deelbaarders | partitief, vergrotende trap |
| deelbaars | partitief, stellende trap |
| deelbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| deelbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| deelbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van delen met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van deelbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deelbaarder | vergrotende trap | deelbaar |
| deelbaardere | verbogen vergrotende trap | deelbaar |
| deelbaarders | partitieve vergrotende trap | deelbaar |
| deelbaars | partitive, positive | deelbaar |
| deelbaarst | uninflected, superlative | deelbaar |
| deelbaarste | inflected, superlative | deelbaar |
| deelbare | verbogen vorm | deelbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deelbaar zijn vastgelegd.