openstellen
werkwoord ˈopə(n)ˌstelə(n)Betekenis
- (wettelijk) toegankelijk maken
- bereid zijn om iets waar te nemen
Hoe spreek je openstellen uit?
/ˈopənˌstelən/
Openstellen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
werkwoord
- toegankelijk maken transitive
Vervoeging van openstellen
openstellenhele werkwoord — stelde openverleden tijd enkelvoud — stelden openverleden tijd meervoud — opengesteldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stel open | stelde open |
| jij | stelt open | stelde open |
| hij, zij, het | stelt open | stelde open |
| wij | stellen open | stelden open |
| jullie | stellen open | stelden open |
| zij | stellen open | stelden open |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is opengesteld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was opengesteld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd opengesteld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt opengesteld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal opengesteld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal opengesteld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou opengesteld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou opengesteld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had opengesteld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had opengesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had opengesteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden opengesteld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden opengesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden opengesteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt opengesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opengesteld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| open te stellen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| open te zullen stellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| open zal stellen | bijzin, toekomende tijd |
| open zou stellen | bijzin, voorwaardelijk |
| open zouden stellen | bijzin, voorwaardelijk |
| open zoudt stellen | bijzin, voorwaardelijk |
| open zullen stellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| open zullen stellen | bijzin, toekomende tijd |
| open zult stellen | bijzin, toekomende tijd |
| opengesteld | verleden tijd, deelwoord |
| opengesteld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opengesteld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| opengesteld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opengesteld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opengesteld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| opengesteld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opengesteld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| opengesteld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opengesteld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| opengesteld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| openstel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| openstelde | bijzin, verleden tijd |
| openstelden | bijzin, verleden tijd |
| openstellend | onvoltooid, deelwoord |
| openstelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| stel open | gebiedende wijs |
| stelde open | verleden tijd |
| te hebben opengesteld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen openstellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart opengesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opengesteld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren opengesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren opengesteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was opengesteld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was opengesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was opengesteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd opengesteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd opengesteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd opengesteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden opengesteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden opengesteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden opengesteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt opengesteld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word opengesteld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden opengesteld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden opengesteld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden opengesteld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt opengesteld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt opengesteld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal opengesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opengesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal opengesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal opengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal opengesteld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal opengesteld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal openstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal openstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal openstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal openstellen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt opengesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou opengesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opengesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opengesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou opengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou opengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opengesteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou opengesteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou opengesteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou openstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou openstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou openstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou openstellen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) openstellen open zou(dt) stellen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden opengesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opengesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opengesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden opengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden opengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden opengesteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden opengesteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden opengesteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden openstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden openstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden openstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden openstellen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt opengesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt opengesteld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt openstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt openstellen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen opengesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opengesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opengesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen opengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen opengesteld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen opengesteld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen opengesteld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen opengesteld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen openstellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen openstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen openstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen openstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen openstellen | bijzin, toekomende tijd |
| zult opengesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van open en stellen
Woordfamilie van openstellen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opengesteld | voltooid deelwoord | openstellen |
| opengestelde | woordvorm | openstellen |
| openstel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | openstellen |
| openstelde | subordinate-clause, verleden tijd | openstellen |
| openstelden | subordinate-clause, verleden tijd | openstellen |
| openstelle | with-subordinate-clause | openstellen |
| openstellend | onvoltooid deelwoord | openstellen |
| openstellende | woordvorm | openstellen |
| openstelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | openstellen |
| stel open | gebiedende wijs | openstellen |
| stelde open | verleden tijd | openstellen |
| stelden open | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | openstellen |
| stelle open | woordvorm | openstellen |
| stellen open | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | openstellen |
| stelt open | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | openstellen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van openstellen zijn vastgelegd.