overspelen
werkwoord ˈovərˌspelə(n)Betekenis
- een wedstrijd opnieuw spelen
- een muziekstuk nog een keer spelen
- de bal naar een teamgenoot spelen
- de hand ~~: te veel wagen in een spel, meer zeggen dan je waar kunt maken
Hoe spreek je overspelen uit?
/ˈovərˌspelən/
Overspelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| p | pak |
| e | veel |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
werkwoord
- nog een keer spelen transitive
- opnieuw spelen transitive
- naar een teamgenoot spelen transitive
- seks hebben met een ander dan de vaste partner obsolete, unergative
Vervoeging van overspelen
overspelenhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| óverspelen | canonical |
werkwoord
- in een wedstrijd duidelijk overtreffen transitive
- een tactiek kiezen die berust op overschatting van de kaarten die men heeft transitive
Vervoeging van overspelen
overspelenhele werkwoord — overgespeeldvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overgespeeld | verleden tijd, deelwoord |
| overspélen | canonical |
| speelde over | verleden tijd |
Herkomst
óverspelen: samenstelling van over bw "opnieuw; naar een andere kant" en spelen ww **[4] van Middelnederlands overspelen
Woordfamilie van overspelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overgespeeld | voltooid deelwoord | overspelen |
| overgespeelde | woordvorm | overspelen |
| overspeel | with-subordinate-clause | overspelen |
| overspeeld | woordvorm | overspelen |
| overspeelde | woordvorm | overspelen |
| overspeelden | with-subordinate-clause | overspelen |
| overspeelt | with-subordinate-clause | overspelen |
| overspele | with-subordinate-clause | overspelen |
| overspelend | woordvorm | overspelen |
| overspelende | woordvorm | overspelen |
| speel over | woordvorm | overspelen |
| speelde over | verleden tijd | overspelen |
| speelden over | woordvorm | overspelen |
| speelt over | woordvorm | overspelen |
| spele over | woordvorm | overspelen |
| spelen over | woordvorm | overspelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overspelen zijn vastgelegd.