melen
werkwoord ˈmelə(n)Betekenis
- heel kleine deeltjes loslaten
- bestuiven met meel
- tot een poedervorm vermalen
- graankorrels fijnmalen
- geel
Hoe spreek je melen uit?
/ˈmelən/
Melen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| e | veel |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als mailen.
Vervoeging van melen
melenhele werkwoord — meeldeverleden tijd enkelvoud — meeldenverleden tijd meervoud — gemeeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | meel | meelde |
| jij | meelt | meelde |
| hij, zij, het | meelt | meelde |
| wij | melen | meelden |
| jullie | melen | meelden |
| zij | melen | meelden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gemeeld | verleden tijd, deelwoord |
| gemeeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemeeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemeeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| meel | gebiedende wijs |
| meelde | verleden tijd |
| mele | aanvoegende wijs |
| melend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemeeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te melen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen melen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal melen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal melen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal melen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou melen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou melen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou melen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden melen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden melen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden melen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt melen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen melen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen melen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen melen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen melen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult melen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van meel zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van melen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemeeld | voltooid deelwoord | melen |
| gemeelde | woordvorm | melen |
| meelde | verleden tijd | melen |
| meelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | melen |
| meelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | melen |
| mele | aanvoegende wijs | melen |
| melend | onvoltooid deelwoord | melen |
| melende | woordvorm | melen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van melen zijn vastgelegd.