Naar de inhoud

dagvaarden

voor een rechtszitting oproepen

dagvaarden

werkwoord

Betekenis

  1. voor een rechtszitting oproepen

Vervoeging van dagvaarden

dagvaardenhele werkwoord — dagvaarddeverleden tijd enkelvoud — dagvaarddenverleden tijd meervoud — gedagvaardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dagvaard dagvaardde
jij dagvaardt dagvaardde
hij, zij, het dagvaardt dagvaardde
wij dagvaarden dagvaardden
jullie dagvaarden dagvaardden
zij dagvaarden dagvaardden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dagvaard gebiedende wijs
dagvaardde verleden tijd
dagvaarde aanvoegende wijs
dagvaardend onvoltooid, deelwoord
er is gedagvaard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedagvaard impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedagvaard impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedagvaard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedagvaard worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedagvaard zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedagvaard worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedagvaard zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedagvaard verleden tijd, deelwoord
gedagvaard te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedagvaard te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedagvaard te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedagvaard te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedagvaard te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedagvaard worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedagvaard zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedagvaard zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedagvaard zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedagvaard zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedagvaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedagvaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedagvaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedagvaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedagvaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedagvaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedagvaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedagvaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dagvaarden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedagvaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dagvaarden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedagvaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedagvaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedagvaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedagvaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedagvaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedagvaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedagvaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedagvaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedagvaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedagvaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedagvaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedagvaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedagvaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedagvaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedagvaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedagvaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedagvaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedagvaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedagvaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedagvaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal dagvaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dagvaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dagvaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedagvaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedagvaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedagvaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedagvaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedagvaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedagvaard zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedagvaard zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedagvaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dagvaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dagvaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dagvaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedagvaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedagvaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedagvaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedagvaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedagvaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedagvaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedagvaard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedagvaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedagvaard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dagvaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dagvaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dagvaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedagvaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedagvaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedagvaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedagvaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedagvaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedagvaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedagvaard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedagvaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedagvaard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dagvaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedagvaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedagvaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedagvaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dagvaarden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dagvaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dagvaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dagvaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedagvaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedagvaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedagvaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedagvaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedagvaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedagvaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedagvaard zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedagvaard zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedagvaard zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dagvaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedagvaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedagvaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedagvaard zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘oproepen voor het gerecht’ voor het eerst aangetroffen in 1522

Woordfamilie van dagvaarden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dagvaard gebiedende wijs dagvaarden
dagvaardde verleden tijd dagvaarden
dagvaardden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dagvaarden
dagvaarde aanvoegende wijs dagvaarden
dagvaardend onvoltooid deelwoord dagvaarden
dagvaardende woordvorm dagvaarden
dagvaardt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dagvaarden
gedagvaard voltooid deelwoord dagvaarden
gedagvaarde woordvorm dagvaarden
gedagvaarden meervoud gedagvaarde

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dagvaarden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over dagvaarden

Wat is de betekenis van dagvaarden?
Dagvaarden is een werkwoord. De betekenis is: voor een rechtszitting oproepen.
Hoe vervoeg ik dagvaarden?
Zo vervoeg je dagvaarden zo: de tegenwoordige tijd is dagvaard, de verleden tijd is dagvaardde en het voltooid deelwoord is gedagvaard. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dagvaarden is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. A 1
  3. G 3
  4. V 4
  5. A 1
  6. A 1
  7. R 2
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dagvaarden levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. A 1
  3. G 3
  4. V 4
  5. A 1
  6. A 1
  7. R 2
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dagvaarden in het kort

dagvaarden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van dagvaarden staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort dagvaarden bij een woordfamilie van 10 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

dagvaarden: voor een rechtszitting oproepen
Deel dagvaarden — standaardnederlands.nl