bekoren
werkwoord bəˈkorə(n)Betekenis
- aantrekkingskracht uitoefenen
Hoe spreek je bekoren uit?
/bəˈkorən/
Bekoren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| k | kat |
| o | boot |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bekoren
bekorenhele werkwoord — bekoordeverleden tijd enkelvoud — bekoordenverleden tijd meervoud — bekoordvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bekoor | bekoorde |
| jij | bekoort | bekoorde |
| hij, zij, het | bekoort | bekoorde |
| wij | bekoren | bekoorden |
| jullie | bekoren | bekoorden |
| zij | bekoren | bekoorden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bekoor | gebiedende wijs |
| bekoord | verleden tijd, deelwoord |
| bekoord te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekoord te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekoord te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekoord te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekoord te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekoord worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bekoord zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bekoord zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekoord zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekoord zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekoorde | verleden tijd |
| bekore | aanvoegende wijs |
| bekorend | onvoltooid, deelwoord |
| ben bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bekoord | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bekoord | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bekoord | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bekoord | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bekoord worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bekoord zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bekoord worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bekoord zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bekoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bekoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bekoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bekoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bekoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bekoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bekoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bekoren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bekoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bekoren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bekoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bekoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bekoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bekoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bekoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bekoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bekoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bekoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bekoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bekoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bekoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bekoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bekoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bekoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bekoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bekoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bekoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bekoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bekoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bekoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bekoord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bekoord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bekoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bekoord zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekoord zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bekoren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bekoren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bekoren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bekoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bekoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bekoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bekoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bekoren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bekoren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bekoren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bekoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekoren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekoren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekoren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bekoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekoren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bekoord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekoord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekoord zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekoord zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekoord zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekoren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bekoren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekoren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekoren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bekoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekoord zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekoren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘aantrekken’ voor het eerst aangetroffen in 1530
Woordfamilie van bekoren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bekoor | gebiedende wijs | bekoren |
| bekoord | voltooid deelwoord | bekoren |
| bekoorde | verleden tijd | bekoren |
| bekoorden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bekoren |
| bekoort | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bekoren |
| bekore | aanvoegende wijs | bekoren |
| bekorend | onvoltooid deelwoord | bekoren |
| bekorende | woordvorm | bekoren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekoren zijn vastgelegd.