Naar de inhoud

verlekkeren

iets met veel plezier beleven, ongegeneerd een verlangen, begeerte naar iets tonen

verlekkeren

werkwoord

Betekenis

  1. iets met veel plezier beleven, ongegeneerd een verlangen, begeerte naar iets tonen

Vervoeging van verlekkeren

verlekkerenhele werkwoord — verlekkerdeverleden tijd enkelvoud — verlekkerdenverleden tijd meervoud — verlekkerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verlekker verlekkerde
jij verlekkert verlekkerde
hij, zij, het verlekkert verlekkerde
wij verlekkeren verlekkerden
jullie verlekkeren verlekkerden
zij verlekkeren verlekkerden
Alle 89 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had verlekkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verlekkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verlekkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verlekkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verlekkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verlekkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verlekkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verlekkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verlekkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verlekkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verlekkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verlekkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verlekkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verlekkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verlekkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verlekkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verlekkeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verlekkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlekker gebiedende wijs
verlekker me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verlekker u/je , verlekkert je gebiedende wijs
verlekkerd verleden tijd, deelwoord
verlekkerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlekkerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verlekkerde verleden tijd
verlekkerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verlekkerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verlekkerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verlekkerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verlekkerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verlekkerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verlekkerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verlekkerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verlekkerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verlekkerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verlekkere aanvoegende wijs
verlekkere zich aanvoegende wijs
verlekkeren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verlekkeren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verlekkeren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verlekkerend onvoltooid, deelwoord
verlekkert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verlekkert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verlekkert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verlekkert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verlekkert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verlekkert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
zal me verlekkeren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verlekkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verlekkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verlekkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verlekkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verlekkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verlekkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich verlekkeren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verlekkeren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verlekkerd hebben verleden tijd
zich verlekkerend onvoltooid, deelwoord
zou verlekkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verlekkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verlekkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verlekkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verlekkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verlekkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verlekkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verlekkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verlekkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verlekkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verlekkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verlekkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verlekkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verlekkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je verlekkeren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verlekkeren eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verlekkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verlekkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verlekkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verlekkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verlekkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verlekkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verlekkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen zich verlekkeren derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult u verlekkeren tweede persoon
zult u verlekkeren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult verlekkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verlekkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult zich/u verlekkeren tweede persoon
zult zich/u verlekkeren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Herkomst

afgeleid van lekker met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verlekkeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verlekker gebiedende wijs verlekkeren
verlekkerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verlekkeren
verlekkere aanvoegende wijs verlekkeren
verlekkerend onvoltooid deelwoord verlekkeren
verlekkerende woordvorm verlekkeren
verlekkert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verlekkeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verlekkeren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verlekkeren

Wat betekent verlekkeren?
Verlekkeren is een werkwoord. Het woord betekent: iets met veel plezier beleven, ongegeneerd een verlangen, begeerte naar iets tonen.
Hoe vervoeg je verlekkeren?
Je vervoegt verlekkeren als volgt: de tegenwoordige tijd is verlekker, de verleden tijd is verlekkerde en het voltooid deelwoord is verlekkerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verlekkeren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verlekkeren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verlekkeren in het kort

verlekkeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verlekkeren zijn 60 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verlekkeren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verlekkeren: iets met veel plezier beleven, ongegeneerd een verlangen, begeerte naar iets tonen
Deel verlekkeren — standaardnederlands.nl