ringeloren
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈrɪŋəˌlorə(n)Betekenis
- kort houden, in bedwang houden, beteugelen
- bedotten, voor de mal houden
Hoe spreek je ringeloren uit?
/ˈrɪŋəˌlorən/
Ringeloren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| l | land |
| o | boot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
werkwoord
- kort houden, in bedwang houden transitive
- voor de mal houden transitive
- rondom versieren met motieven of opschriften met een trechtervormig spuitstuk transitive
Vervoeging van ringeloren
ringelorenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ringeloor
Herkomst
[1], [2] afgeleid van ringelen ww , in de betekenis van ‘op de kop zitten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1640
Woordfamilie van ringeloren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geringeloord | woordvorm | ringeloren |
| geringeloorde | woordvorm | ringeloren |
| ringeloorde | woordvorm | ringeloren |
| ringeloorden | woordvorm | ringeloren |
| ringeloort | woordvorm | ringeloren |
| ringelore | woordvorm | ringeloren |
| ringelorend | woordvorm | ringeloren |
| ringelorende | woordvorm | ringeloren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ringeloren zijn vastgelegd.