toorn
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈtorᵊnBetekenis
- woede, gram
Hoe spreek je toorn uit?
/ˈtorən/
Toorn bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| o | boot |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- hevige boosheid
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toornen
- gebiedende wijs van toornen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toornen
Vervoeging van toorn
toornhele werkwoord
Herkomst
geen meervoud; erfwoord via Middelnederlands toren van Oudnederlands torn, in de betekenis van ‘woede’ aangetroffen vanaf de tweede helft van de 12e eeuw