voorn
zelfstandig naamwoord ˈvorᵊnBetekenis
- verzamelnaam voor een groep zoetwatervissen, meestal met rode of oranje vinnen, behorende tot de eigenlijke karpers
Hoe spreek je voorn uit?
/ˈvorən/
Voorn bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| o | boot |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor zoetwatervissen, meestal met rode of oranje vinnen, behorende tot de eigenlijke karpers Cyprinidae
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voorns | meervoud |
| voorntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| voorntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in 1377
Woordfamilie van voorn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voorns | meervoud | voorn |
| voorntje | verkleinwoord | voorn |
| voorntjes | verkleinwoord meervoud | voorn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorn zijn vastgelegd.