sporen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsporə(n)Betekenis
- met de trein reizen
- in het grotere geheel passen
Hoe spreek je sporen uit?
/ˈsporən/
Sporen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| o | boot |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van sporen
sporenhele werkwoord — spoordeverleden tijd enkelvoud — spoordenverleden tijd meervoud — gespoordvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | spoor | spoorde |
| jij | spoort | spoorde |
| hij, zij, het | spoort | spoorde |
| wij | sporen | spoorden |
| jullie | sporen | spoorden |
| zij | sporen | spoorden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gespoord | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gespoord | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gespoord | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gespoord | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gespoord worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gespoord zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gespoord worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gespoord zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gespoord | verleden tijd, deelwoord |
| gespoord te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gespoord te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gespoord te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespoord te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespoord te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespoord worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gespoord zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gespoord zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gespoord zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gespoord zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gespoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gespoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gespoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gespoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gespoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gespoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gespoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gespoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| spoor | gebiedende wijs |
| spoorde | verleden tijd |
| spore | aanvoegende wijs |
| sporend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gespoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te sporen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen sporen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gespoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gespoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gespoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gespoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gespoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gespoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gespoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gespoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gespoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gespoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gespoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gespoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gespoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gespoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gespoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gespoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gespoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gespoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gespoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gespoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gespoord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gespoord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gespoord zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespoord zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal sporen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal sporen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal sporen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gespoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gespoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou sporen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou sporen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou sporen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gespoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gespoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gespoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gespoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gespoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gespoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden sporen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden sporen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden sporen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gespoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gespoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt sporen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gespoord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gespoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gespoord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gespoord zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gespoord zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gespoord zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen sporen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen sporen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen sporen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen sporen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gespoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gespoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gespoord zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult sporen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord
- metalen punt of getand wieltje aan de hiel van de (rij)laars
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord spoor
- meervoud van het zelfstandig naamwoord spore
Woordfamilie van sporen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spoorde | verleden tijd | sporen |
| spoorden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | sporen |
| spoort | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | sporen |
| sporend | onvoltooid deelwoord | sporen |
| sporende | woordvorm | sporen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sporen zijn vastgelegd.