Naar de inhoud

storen

het functioneren nadelig beïnvloeden

storen

werkwoord /ˈstorə(n)/

Betekenis

  1. het functioneren nadelig beïnvloeden
  2. zich storen aan: zich ergeren

Hoe spreek je storen uit?

/ˈstorən/

Storen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈstorən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
t tak
o boot
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van storen

storenhele werkwoord — stoordeverleden tijd enkelvoud — stoordenverleden tijd meervoud — gestoordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stoor stoorde
jij stoort stoorde
hij, zij, het stoort stoorde
wij storen stoorden
jullie storen stoorden
zij storen stoorden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gestoord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestoord impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestoord impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestoord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestoord worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestoord zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestoord worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestoord zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestoord verleden tijd, deelwoord
gestoord te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestoord te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestoord te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestoord te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestoord te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestoord worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestoord zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestoord zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestoord zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestoord zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stoor gebiedende wijs
stoorde verleden tijd
store aanvoegende wijs
storend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te storen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen storen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gestoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gestoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gestoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gestoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gestoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gestoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gestoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gestoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gestoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gestoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gestoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gestoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gestoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gestoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gestoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gestoord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestoord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal storen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal storen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal storen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gestoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gestoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestoord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestoord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou storen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou storen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou storen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gestoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gestoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestoord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestoord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden storen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden storen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden storen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt storen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gestoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gestoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestoord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestoord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestoord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen storen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen storen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen storen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen storen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestoord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult storen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘hinderen’ voor het eerst aangetroffen in 1260

Woordfamilie van storen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stoor gebiedende wijs storen
stoorde verleden tijd storen
stoorden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon storen
stoort aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon storen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van storen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over storen

Hoe spreek ik storen uit?
Zo spreek je storen uit: /ˈstorə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van storen?
Storen is een werkwoord. De betekenis is: het functioneren nadelig beïnvloeden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik storen?
Zo vervoeg je storen zo: de tegenwoordige tijd is stoor, de verleden tijd is stoorde en het voltooid deelwoord is gestoord. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op storen?

Op storen rijmen 69 woorden, onder andere aangeboren, koren en doorn. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op storen, uitspraak ˈstorən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
aangeboren 4
koren 2
doorn 2
bekoren 3
bevroren 3
bittervoorn 4
geboren 3
sporen 2
toebehoren 4
voorn 2
doorboren 3
monitoren 4
overhoren 4
smoren 2
midwinterhoorn 5
klokkentoren 4
toorn 2
achterstevoren 5
verloren 3
uitverkoren 4
verstoren 3
ontsporen 3
ivoren 3
hamansoren 4
volkoren 3
beschoren 3
uitkijktoren 4
noren 2
plompverloren 4
ringeloren 4
midasoren 4
wegedoorn 4
tritonshoorn 4
gaspeldoorn 4
wegedoren 4
afdelingscoördinatoren 9
alpenhoren 4
ammonshoorn 4
ammonshoren 4
apeldoorn 4
Nog 29 rijmwoorden
calculatoren 5
christusdoorn 4
comoren 3
detectivekantoren 7
doktoren 3
doren 2
douanekantoren 6
eerstgeboren 4
eiffeltoren 4
fietsreflectoren 5
folivoren 4
gladgeschoren 4
hooggeboren 4
lictoren 3
makelaarskantoren 6
moren 2
motoren 3
onderhoren 4
pegahoorn 4
piscivoren 4
raadhuistoren 4
rekwisitoren 5
schelphoorn 4
senioren 4
teljoren 3
tritonshoren 4
unverfroren 4
vanvoren 3
ventilatoren 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord storen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. O 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

storen levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 39 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. O 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 39 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

storen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

storen in het kort

storen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van storen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort storen bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

storen: het functioneren nadelig beïnvloeden
Deel storen — standaardnederlands.nl