Naar de inhoud

verlokken

tot kwaad brengen

verlokken

werkwoord

Betekenis

  1. tot kwaad brengen

Vervoeging van verlokken

verlokkenhele werkwoord — verlokteverleden tijd enkelvoud — verloktenverleden tijd meervoud — verloktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verlok verlokte
jij verlokt verlokte
hij, zij, het verlokt verlokte
wij verlokken verlokten
jullie verlokken verlokten
zij verlokken verlokten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verlokt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verlokt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verlokt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verlokt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verlokt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verlokt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verlokt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verlokt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verlokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verlokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verlokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verlokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verlokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verlokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verlokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verlokt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verlokt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verlokken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verlokken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlok gebiedende wijs
verlokke aanvoegende wijs
verlokkend onvoltooid, deelwoord
verlokt verleden tijd, deelwoord
verlokt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verlokt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verlokt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlokt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlokt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlokt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verlokt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verlokt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verlokt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verlokt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verlokte verleden tijd
waart verlokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verlokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verlokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verlokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verlokt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verlokt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verlokt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verlokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verlokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verlokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verlokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verlokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verlokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verlokt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verlokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verlokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verlokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verlokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verlokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verlokt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verlokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verlokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verlokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verlokt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verlokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verlokt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verlokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verlokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verlokt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verlokt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verlokt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verlokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verlokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verlokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verlokt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verlokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verlokt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verlokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verlokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verlokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verlokt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verlokt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verlokt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verlokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verlokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verlokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verlokt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verlokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verlokt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verlokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verlokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verlokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verlokt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verlokt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verlokt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verlokken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verlokt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verlokt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verlokt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verlokken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verlokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verlokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verlokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verlokt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verlokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verlokt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verlokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verlokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verlokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verlokt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verlokt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verlokt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verlokken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verlokt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verlokt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verlokt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van lokken met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verlokken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verlok gebiedende wijs verlokken
verlokke aanvoegende wijs verlokken
verlokt voltooid deelwoord verlokken
verlokte verleden tijd verlokken
verlokten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verlokken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verlokken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verlokken

Wat betekent verlokken?
Verlokken is een werkwoord. Het woord betekent: tot kwaad brengen.
Hoe vervoeg je verlokken?
Je vervoegt verlokken als volgt: de tegenwoordige tijd is verlok, de verleden tijd is verlokte en het voltooid deelwoord is verlokt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verlokken is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. O 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verlokken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. O 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verlokken in het kort

verlokken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verlokken zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verlokken bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verlokken: tot kwaad brengen
Deel verlokken — standaardnederlands.nl