Naar de inhoud

aantrekken

een kracht uitoefenen die zaken naar zich toe doet bewegen

aantrekken

werkwoord ˈantrɛkə(n)

Betekenis

  1. een kracht uitoefenen die zaken naar zich toe doet bewegen
  2. aanlokken
  3. vaster doen sluiten, vastzetten
  4. iets ~: kleding aandoen
  5. een stijgende lijn vertonen
  6. zich ~ van: zijn gedrag wijzigen naar aanleiding van een uitwendige invloed
  7. elkaar ~ een attractieve wisselwerking ondergaan

Hoe spreek je aantrekken uit?

/ˈantrɛkən/

Aantrekken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈantrɛkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
t tak
r rood
ɛ bed
k kat
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. dankzij een kracht objecten naar zich toe doen bewegen transitive
  2. een opwaartse trend, een stijgende lijn vertonen ergative
  3. verliefd worden op

Vervoeging van aantrekken

aantrekkenhele werkwoord — trok aanverleden tijd enkelvoud — trokken aanverleden tijd meervoud — aangetrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trek aan trok aan
jij trekt aan trok aan
hij, zij, het trekt aan trok aan
wij trekken aan trokken aan
jullie trekken aan trokken aan
zij trekken aan trokken aan
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te trekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal trekken bijzin, toekomende tijd
aan zou trekken bijzin, voorwaardelijk
aan zouden trekken bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt trekken bijzin, voorwaardelijk
aan zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen trekken bijzin, toekomende tijd
aan zult trekken bijzin, toekomende tijd
aangetrokken verleden tijd, deelwoord
aangetrokken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangetrokken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangetrokken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangetrokken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangetrokken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangetrokken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangetrokken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangetrokken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangetrokken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangetrokken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aantrek bijzin, tegenwoordige tijd
aantrekkend onvoltooid, deelwoord
aantrekt bijzin, tegenwoordige tijd
aantrok bijzin, verleden tijd
aantrokken bijzin, verleden tijd
ben aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangetrokken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangetrokken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangetrokken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangetrokken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangetrokken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangetrokken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aantrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trek aan gebiedende wijs
trek u/je aan, trekt je aan gebiedende wijs
trok aan verleden tijd
waart aangetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aantrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aantrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aantrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aantrekken bijzin, toekomende tijd
zal me aantrekken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich aantrekken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je aantrekken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich aangetrokken hebben verleden tijd
zich aantrekkend onvoltooid, deelwoord
zijn aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aantrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aantrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aantrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aantrekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aantrekken aan zou(dt) trekken bijzin, voorwaardelijk
zouden aangetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aantrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aantrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aantrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aantrekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangetrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aantrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aantrekken bijzin, voorwaardelijk
zullen aangetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangetrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en trekken ww

Woordfamilie van aantrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangetrokken voltooid deelwoord aantrekken
aantrek subordinate-clause, tegenwoordige tijd aantrekken
aantrekke with-subordinate-clause aantrekken
aantrekkend onvoltooid deelwoord aantrekken
aantrekkende woordvorm aantrekken
aantrekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aantrekken
aantrok subordinate-clause, verleden tijd aantrekken
aantrokken subordinate-clause, verleden tijd aantrekken
trek aan gebiedende wijs aantrekken
trekke aan woordvorm aantrekken
trekken aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aantrekken
trekt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aantrekken
trok aan verleden tijd aantrekken
trokken aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aantrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aantrekken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over aantrekken

Hoe spreek je aantrekken uit?
De uitspraak van aantrekken is: /ˈantrɛkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aantrekken?
Aantrekken is een werkwoord. Het woord betekent: een kracht uitoefenen die zaken naar zich toe doet bewegen. Deze pagina beschrijft 10 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aantrekken?
Je vervoegt aantrekken als volgt: het voltooid deelwoord is aangetrokken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aantrekken is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aantrekken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 zonder bonus
  12. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aantrekken in het kort

aantrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 10 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aantrekken zijn 99 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aantrekken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aantrekken: een kracht uitoefenen die zaken naar zich toe doet bewegen
Deel aantrekken — standaardnederlands.nl