verleiden
werkwoord vərˈlɛidə(n)Betekenis
- tot kwaad brengen
- iemand overhalen om iets te doen of te laten
- iemand overhalen om een (seksuele) relatie aan te gaan
Hoe spreek je verleiden uit?
/vərˈlɛidən/
Verleiden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verleiden
verleidenhele werkwoord — verleiddeverleden tijd enkelvoud — verleiddenverleden tijd meervoud — verleidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verleid | verleidde |
| jij | verleidt | verleidde |
| hij, zij, het | verleidt | verleidde |
| wij | verleiden | verleidden |
| jullie | verleiden | verleidden |
| zij | verleiden | verleidden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verleid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verleid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verleid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verleid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verleid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verleid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verleid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verleid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verleid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verleid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verleiden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verleiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verleid | gebiedende wijs |
| verleid | verleden tijd, deelwoord |
| verleid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verleid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verleid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verleid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verleid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verleid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verleid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verleid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verleid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verleid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verleidde | verleden tijd |
| verleide | aanvoegende wijs |
| verleidend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verleid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verleid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verleid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verleid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verleid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verleid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verleid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verleid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verleid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verleiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verleid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van verleien
Vervoeging van verleiden
verleidenhele werkwoord — verleiddeverleden tijd enkelvoud — verleiddenverleden tijd meervoud — verleidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verleid | verleidde |
| jij | verleidt | verleidde |
| hij, zij, het | verleidt | verleidde |
| wij | verleiden | verleidden |
| jullie | verleiden | verleidden |
| zij | verleiden | verleidden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verleid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verleid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verleid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verleid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verleid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verleid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verleid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verleid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verleid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verleid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verleiden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verleiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verleid | gebiedende wijs |
| verleid | verleden tijd, deelwoord |
| verleid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verleid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verleid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verleid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verleid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verleid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verleid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verleid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verleid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verleid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verleidde | verleden tijd |
| verleide | aanvoegende wijs |
| verleidend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verleid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verleid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verleid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verleid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verleid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verleid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verleid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verleid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verleid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verleiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verleid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verleiden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘van de rechte weg afleiden’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van verleiden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verleidde | verleden tijd | verleiden |
| verleidden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verleiden |
| verleidend | onvoltooid deelwoord | verleiden |
| verleidende | woordvorm | verleiden |
| verleidt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verleiden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verleiden zijn vastgelegd.