Naar de inhoud

smoren

iemand of iets het ademen beletten

smoren

werkwoord ˈsmorə(n)

Betekenis

  1. iemand of iets het ademen beletten
  2. onderdrukken
  3. iets in enig vet aanbraden, vervolgens vocht toevoegen en afdekken om het zachtjes gaar te laten worden
  4. het door middel van smoren gaar worden van voedingsmiddelen
  5. rood aardewerk, door gebrek aan zuurstof in de oven, grijs kleuren
  6. wiet roken, blowen

Hoe spreek je smoren uit?

/ˈsmorən/

Smoren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsmorən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
m maan
o boot
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van smoren

smorenhele werkwoord — smoordeverleden tijd enkelvoud — smoordenverleden tijd meervoud — gesmoordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smoor smoorde
jij smoort smoorde
hij, zij, het smoort smoorde
wij smoren smoorden
jullie smoren smoorden
zij smoren smoorden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesmoord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesmoord impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesmoord impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesmoord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesmoord worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesmoord zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesmoord worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesmoord zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesmoord verleden tijd, deelwoord
gesmoord te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesmoord te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesmoord te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmoord te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmoord te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmoord worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesmoord zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesmoord zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesmoord zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesmoord zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesmoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesmoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesmoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesmoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesmoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesmoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesmoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesmoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
smoor gebiedende wijs
smoorde verleden tijd
smore aanvoegende wijs
smorend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesmoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te smoren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen smoren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesmoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesmoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesmoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesmoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesmoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesmoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesmoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesmoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesmoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesmoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesmoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesmoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesmoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesmoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesmoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesmoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesmoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesmoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesmoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesmoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesmoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesmoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesmoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesmoord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmoord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal smoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal smoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal smoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesmoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesmoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesmoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesmoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmoord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmoord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou smoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou smoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou smoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesmoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesmoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesmoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesmoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesmoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesmoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesmoord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesmoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesmoord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden smoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden smoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden smoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesmoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesmoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesmoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt smoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesmoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesmoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesmoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesmoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesmoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesmoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesmoord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesmoord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesmoord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen smoren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen smoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen smoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen smoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesmoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesmoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesmoord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult smoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van Middelnederlands smoren, van Protogermaans *smurōną ; in de betekenis van ‘verstikken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287

Woordfamilie van smoren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
smoorde verleden tijd smoren
smoorden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon smoren
smoort aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon smoren
smorend onvoltooid deelwoord smoren
smorende woordvorm smoren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smoren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over smoren

Hoe spreek ik smoren uit?
Zo spreek je smoren uit: /ˈsmorə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van smoren?
Smoren is een werkwoord. De betekenis is: iemand of iets het ademen beletten. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik smoren?
Zo vervoeg je smoren zo: de tegenwoordige tijd is smoor, de verleden tijd is smoorde en het voltooid deelwoord is gesmoord. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op smoren?

Smoren rijmt op 69 woorden op -oren; aangeboren, koren en doorn bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op smoren, uitspraak ˈsmorən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
aangeboren 4
koren 2
doorn 2
bekoren 3
bevroren 3
bittervoorn 4
geboren 3
sporen 2
toebehoren 4
voorn 2
doorboren 3
monitoren 4
overhoren 4
midwinterhoorn 5
klokkentoren 4
toorn 2
achterstevoren 5
verloren 3
storen 2
uitverkoren 4
verstoren 3
ontsporen 3
ivoren 3
hamansoren 4
volkoren 3
beschoren 3
uitkijktoren 4
noren 2
plompverloren 4
ringeloren 4
midasoren 4
wegedoorn 4
tritonshoorn 4
gaspeldoorn 4
wegedoren 4
afdelingscoördinatoren 9
alpenhoren 4
ammonshoorn 4
ammonshoren 4
apeldoorn 4
Nog 29 rijmwoorden
calculatoren 5
christusdoorn 4
comoren 3
detectivekantoren 7
doktoren 3
doren 2
douanekantoren 6
eerstgeboren 4
eiffeltoren 4
fietsreflectoren 5
folivoren 4
gladgeschoren 4
hooggeboren 4
lictoren 3
makelaarskantoren 6
moren 2
motoren 3
onderhoren 4
pegahoorn 4
piscivoren 4
raadhuistoren 4
rekwisitoren 5
schelphoorn 4
senioren 4
teljoren 3
tritonshoren 4
unverfroren 4
vanvoren 3
ventilatoren 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord smoren is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. M 3
  3. O 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

smoren levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. M 3
  3. O 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

smoren telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

smoren in het kort

smoren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van smoren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort smoren bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

smoren: iemand of iets het ademen beletten
Deel smoren — standaardnederlands.nl