verzoeken
werkwoord, zelfstandig naamwoord vərˈzukə(n)Betekenis
- aan iemand vragen iets al dan niet te doen
Hoe spreek je verzoeken uit?
/vərˈzukən/
Verzoeken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| z | zon |
| u | boek |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verzoeken
verzoekenhele werkwoord — verzochtverleden tijd enkelvoud — verzochtenverleden tijd meervoud — verzochtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verzoek | verzocht |
| jij | verzoekt | verzocht |
| hij, zij, het | verzoekt | verzocht |
| wij | verzoeken | verzochten |
| jullie | verzoeken | verzochten |
| zij | verzoeken | verzochten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is verzocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verzocht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verzocht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verzocht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verzocht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verzocht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verzocht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verzocht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verzocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verzocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verzocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verzocht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verzocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verzocht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verzocht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verzocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verzocht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verzocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verzocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzocht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzocht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verzocht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verzoeken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verzoeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzocht | verleden tijd |
| verzocht | verleden tijd, deelwoord |
| verzocht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzocht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzoek | gebiedende wijs |
| verzoeke | aanvoegende wijs |
| verzoekend | onvoltooid, deelwoord |
| zal verzocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verzocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou verzocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verzocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verzocht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verzocht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzocht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzoeken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verzocht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzoeken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord verzoek
Herkomst
afgeleid van zoeken met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verzoeken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzocht | verleden tijd | verzoeken |
| verzochten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verzoeken |
| verzoekend | onvoltooid deelwoord | verzoeken |
| verzoekende | woordvorm | verzoeken |
| verzoekt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verzoeken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzoeken zijn vastgelegd.