toebehoren
werkwoord ˈtubəˌhorə(n)Betekenis
- het eigendom zijn van
Hoe spreek je toebehoren uit?
/ˈtubəˌhorən/
Toebehoren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| b | bak |
| ə | de |
| h | hoed |
| o | boot |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van toebehoren
toebehorenhele werkwoord — behoorde toeverleden tijd enkelvoud — behoorden toeverleden tijd meervoud — toebehoordvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | behoor toe | behoorde toe |
| jij | behoort toe | behoorde toe |
| hij, zij, het | behoort toe | behoorde toe |
| wij | behoren toe | behoorden toe |
| jullie | behoren toe | behoorden toe |
| zij | behoren toe | behoorden toe |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| behoor toe | gebiedende wijs |
| behoorde toe | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had toebehoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toebehoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toebehoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toebehoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toebehoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toebehoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toebehoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toebehoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toebehoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toebehoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toebehoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toebehoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toebehoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toebehoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toebehoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben toebehoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toebehoren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te behoren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen behoren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal behoren | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou behoren | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden behoren | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt behoren | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen behoren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen behoren | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult behoren | bijzin, toekomende tijd |
| toebehoor | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toebehoord | verleden tijd, deelwoord |
| toebehoord te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toebehoord zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toebehoorde | bijzin, verleden tijd |
| toebehoorden | bijzin, verleden tijd |
| toebehoort | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toebehorend | onvoltooid, deelwoord |
| zal toebehoord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toebehoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toebehoord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toebehoren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toebehoren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toebehoren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toebehoren | bijzin, toekomende tijd |
| zou toebehoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toebehoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toebehoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toebehoren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toebehoren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toebehoren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toebehoren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) toebehoren toe zou(dt) behoren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toebehoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toebehoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toebehoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toebehoren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toebehoren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toebehoren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toebehoren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toebehoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toebehoren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toebehoren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen toebehoord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toebehoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toebehoord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toebehoren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toebehoren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toebehoren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toebehoren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toebehoren | bijzin, toekomende tijd |
| zult toebehoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult toebehoren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult toebehoren | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal toebehoren toe zult/zal behoren | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van toe bw en behoren ww
Woordfamilie van toebehoren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| behoor toe | gebiedende wijs | toebehoren |
| behoorde toe | verleden tijd | toebehoren |
| behoorden toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toebehoren |
| behoort toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toebehoren |
| behore toe | woordvorm | toebehoren |
| behoren toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toebehoren |
| toebehoor | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toebehoren |
| toebehoord | voltooid deelwoord | toebehoren |
| toebehoorde | subordinate-clause, verleden tijd | toebehoren |
| toebehoorden | subordinate-clause, verleden tijd | toebehoren |
| toebehoort | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toebehoren |
| toebehore | with-subordinate-clause | toebehoren |
| toebehorend | onvoltooid deelwoord | toebehoren |
| toebehorende | woordvorm | toebehoren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toebehoren zijn vastgelegd.