verstoren
werkwoord /vərˈstorə(n)/Betekenis
- uit de concentratie brengen, onderbreken wat men aan het doen is
- de kalmte of rust verbreken
Hoe spreek je verstoren uit?
/vərˈstorən/
Verstoren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| o | boot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verstoren
verstorenhele werkwoord — verstoordeverleden tijd enkelvoud — verstoordenverleden tijd meervoud — verstoordvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verstoor | verstoorde |
| jij | verstoort | verstoorde |
| hij, zij, het | verstoort | verstoorde |
| wij | verstoren | verstoorden |
| jullie | verstoren | verstoorden |
| zij | verstoren | verstoorden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verstoord | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verstoord | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verstoord | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verstoord | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verstoord worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verstoord zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verstoord worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verstoord zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verstoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verstoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verstoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verstoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verstoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verstoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verstoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verstoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verstoord | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verstoren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verstoren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verstoor | gebiedende wijs |
| verstoord | verleden tijd, deelwoord |
| verstoord te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verstoord te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verstoord te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verstoord te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verstoord te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verstoord worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verstoord zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verstoord zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verstoord zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verstoord zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verstoorde | verleden tijd |
| verstore | aanvoegende wijs |
| verstorend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verstoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verstoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verstoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verstoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verstoord | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verstoord | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verstoord | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verstoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verstoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verstoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verstoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verstoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verstoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verstoord | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verstoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verstoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verstoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verstoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verstoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verstoord | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verstoord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verstoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verstoord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verstoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verstoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verstoord zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verstoord zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verstoren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verstoren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verstoren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verstoord | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verstoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verstoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verstoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verstoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verstoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verstoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verstoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verstoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verstoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verstoren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verstoren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verstoren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verstoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verstoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verstoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verstoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verstoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verstoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verstoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verstoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verstoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verstoren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verstoren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verstoren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verstoord hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verstoord worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verstoord zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verstoren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verstoord hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verstoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verstoord hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verstoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verstoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verstoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verstoord zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verstoord zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verstoord zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verstoren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verstoren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verstoren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verstoren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verstoord hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verstoord worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verstoord zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verstoren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van storen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verstoren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verstoor | gebiedende wijs | verstoren |
| verstoorden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verstoren |
| verstoort | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verstoren |
| verstore | aanvoegende wijs | verstoren |
| verstorend | onvoltooid deelwoord | verstoren |
| verstorende | woordvorm | verstoren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verstoren zijn vastgelegd.