tritonshoorn
zelfstandig naamwoord ˈtritɔnsˌhorᵊnBetekenis
- buikpotig weekdier
- de spiraalvormige schelp van voornoemd weekdier; er kan op worden geblazen om geluid voort te brengen
Hoe spreek je tritonshoorn uit?
/ˈtritɔnsˌhorən/
Tritonshoorn bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| i | riet |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| s | sok |
| h | hoed |
| o | boot |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Klinkt hetzelfde als tritonshoren.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tritonshoornen | meervoud |
| tritonshoorns | meervoud |
Herkomst
samenstelling van triton zn en hoorn zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van tritonshoorn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tritonshoornen | meervoud | tritonshoorn |
| tritonshoorns | meervoud | tritonshoorn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tritonshoorn zijn vastgelegd.