baaldag
zelfstandig naamwoord 'baldɑxBetekenis
- een dag waarin iemand zich minder lekker voelt, slecht in zijn vel zit, een dag waarop men baalt van wat er speelt, zoals stress op het werk of de persoonlijke situatie waarin men verkeert.
Hoe spreek je baaldag uit?
/ˈbaldɑx/
Baaldag bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| l | land |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baaldagen | meervoud |
| baaldagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| baaldagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van baal ww en dag
Woordfamilie van baaldag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baaldagen | meervoud | baaldag |
| baaldagje | verkleinwoord | baaldag |
| baaldagjes | verkleinwoord meervoud | baaldag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baaldag zijn vastgelegd.