adventief
zelfstandig naamwoord ɑtfɛnˈtifBetekenis
- toevallig ergens gekomen zonder dat daar natuurlijke oorzaken voor zijn
- uitheemse plant die onopzettelijk van elders is aangevoerd
Hoe spreek je adventief uit?
/ɑtfɛnˈtif/
Adventief bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| t | tak |
| f | fiets |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- uitheemse plant, dier of ander organisme die onopzettelijk van elders is aangevoerd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| adventieven | meervoud |
Herkomst
uit het Latijn
Woordfamilie van adventief
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| adventieven | meervoud | adventief |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van adventief zijn vastgelegd.