wind
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ʋɪnt/Betekenis
- de stroming van lucht veroorzaakt door luchtdrukverschillen
- gasvormige ontlasting uit de darmen
- wind
- winden, opwinden
- bochtig zijn: the road winds through the landscape.
Hoe spreek je wind uit?
/wɪnt/
Wind bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als windt, wint.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| winden | meervoud |
| windje | verkleinwoord, enkelvoud |
| windjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winden
- gebiedende wijs van winden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winden
Vervoeging van wind
windhele werkwoord
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands wint van Oudnederlands wint, in de betekenis van ‘luchtstroming’ voor het eerst aangetroffen in 1001
Woordfamilie van wind
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| windje | verkleinwoord | wind |
| windjes | verkleinwoord meervoud | wind |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wind zijn vastgelegd.