dubbelblind
bijvoeglijk naamwoord dʏbəl'blɪntBetekenis
- (statistiek:) zonder medeweten van de zieke en de arts bijv. bij onderzoek nieuw geneesmiddel
Hoe spreek je dubbelblind uit?
/dʏbəlˈblɪnt/
Dubbelblind bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ʏ | put |
| b | bak |
| ə | de |
| l | land |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- zonder medeweten van de zieke en de arts bijv. bij onderzoek nieuw geneesmiddel
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dubbelblinde | verbogen, stellende trap |
| dubbelblinds | partitief, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van dubbel en blind
Woordfamilie van dubbelblind
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dubbelblinde | verbogen vorm | dubbelblind |
| dubbelblinds | partitive, positive | dubbelblind |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dubbelblind zijn vastgelegd.