pint
zelfstandig naamwoord, werkwoord pɪntBetekenis
- Engelse en Amerikaanse inhoudsmaat van bijna een halve liter
- een bierglas van 25 cl
- overdrachtelijk een glas bier van welk formaat ook
- vink
Hoe spreek je pint uit?
/pɪnt/
Pint bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pinten | meervoud |
| pintje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pintjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pinnen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pinnen
- gebiedende wijs meervoud van pinnen
Vervoeging van pint
pinthele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘vochtmaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1260
Woordfamilie van pint
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pinten | meervoud | pint |
| pintje | verkleinwoord | pint |
| pintjes | verkleinwoord meervoud | pint |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pint zijn vastgelegd.