windhond
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een hondensoort gebruikt voor de jacht en hondenrennen
zelfstandig naamwoord — masculine
- hond uit een ras gefokt voor de jacht en hondenrennen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| windhonden | meervoud |
| windhondje | verkleinwoord, enkelvoud |
| windhondjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van wind zn en hond zn , in de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in 1567
Woordfamilie van windhond
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| windhonden | meervoud | windhond |
| windhondje | verkleinwoord | windhond |
| windhondjes | verkleinwoord meervoud | windhond |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van windhond zijn vastgelegd.