fint
zelfstandig naamwoord fɪntBetekenis
- die voorkomt in het noordoosten van de Atlantische Oceaan en de daarin uitkomende riviermondingen
- iets wat iemand bedacht heeft
Hoe spreek je fint uit?
/fɪnt/
Fint bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaald soort gestipte reuzenharing Alosa fallax die voorkomt in het noordoosten van de Atlantische Oceaan en de daarin uitkomende riviermondingen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| finten | meervoud |
| fintje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fintjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
[1] cognaat met Duits Finte, mogelijk verwant met Latijn pingere "schilderen", waarbij de naam dan "de gespikkelde" zou betekenen
Woordfamilie van fint
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| finten | meervoud | fint |
| fintje | verkleinwoord | fint |
| fintjes | verkleinwoord meervoud | fint |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fint zijn vastgelegd.