lucht
zelfstandig naamwoord, werkwoord /lʏxt/Betekenis
- het mengsel van gassen waaruit de atmosfeer bestaat
- hemel, uitspansel
- geur, stank
Hoe spreek je lucht uit?
/lʏxt/
Lucht bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ʏ | put |
| x | acht |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- mengsel van gassen waaruit de atmosfeer bestaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| luchten | meervoud |
| luchtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| luchtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van luchten
- gebiedende wijs van luchten
Vervoeging van lucht
luchthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘gasmengsel van zuurstof en stikstof’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van lucht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| luchtje | verkleinwoord | lucht |
| luchtjes | verkleinwoord meervoud | lucht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lucht zijn vastgelegd.