windkracht
zelfstandig naamwoord ˈwɪntkrɑxtBetekenis
- kracht van de wind (uitgedrukt in cijfers op de schaal van Beaufort)
- energie die men uit de wind kan halen door diens kracht te gebruiken (om een generator aan te drijven)
Hoe spreek je windkracht uit?
/ˈwɪntkrɑxt/
Windkracht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| t | tak |
| k | kat |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| windkrachten | meervoud |
| windkrachtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| windkrachtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van wind en kracht
Woordfamilie van windkracht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| windkrachten | meervoud | windkracht |
| windkrachtje | verkleinwoord | windkracht |
| windkrachtjes | verkleinwoord meervoud | windkracht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van windkracht zijn vastgelegd.