regen
zelfstandig naamwoord, werkwoord /reχən/Betekenis
- neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp
- gebiedende wijs van regenen
- bewegen
- sich ~ zich bewegen
Hoe spreek je regen uit?
/rexən/
Regen bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| regens | meervoud |
| regentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| regentjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van rijgen
Vervoeging van regen
regenhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘neerslag’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van regen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| regens | meervoud | regen |
| regentje | verkleinwoord | regen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van regen zijn vastgelegd.