vraagbaak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- persoon tot wie men zich om raad of de oplossing van moeilijke vragen wendt, raadsman
- boekwerk dat op allerlei vragen antwoord geeft, naslagwerk, vademecum, handleiding
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vraagbaakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vraagbaakjes | verkleinwoord, meervoud |
| vraagbaken | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘iemand die antwoord kan geven op moeilijke vragen’ voor het eerst aangetroffen in 1635
Woordfamilie van vraagbaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vraagbaakje | verkleinwoord | vraagbaak |
| vraagbaakjes | verkleinwoord meervoud | vraagbaak |
| vraagbaken | meervoud | vraagbaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vraagbaak zijn vastgelegd.