proefstuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- werkstuk waardoor de leerling laat blijken het vak te verstaan, meesterproef, kunststuk, chef d'oevre, juweeltje
- een voorbeeld, monster, staal
- een probeersel, prototype
- voorwerp waarop men proeven neemt, sample
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| proefstukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| proefstukjes | verkleinwoord, meervoud |
| proefstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van proef en stuk
Woordfamilie van proefstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| proefstukje | verkleinwoord | proefstuk |
| proefstukjes | verkleinwoord meervoud | proefstuk |
| proefstukken | meervoud | proefstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van proefstuk zijn vastgelegd.