Naar de inhoud

sprinten

een kort stuk hard rennen

sprinten is meer dan één woord

sprinten

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈsprɪntə(n)/

Betekenis

  1. een kort stuk hard rennen
  2. een kort stuk hard ergens heen rennen

Hoe spreek je sprinten uit?

/ˈsprɪntən/

Sprinten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsprɪntən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
p pak
r rood
ɪ pit
n nek
t tak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van sprinten

sprintenhele werkwoord — sprintteverleden tijd enkelvoud — sprinttenverleden tijd meervoud — gesprintvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sprint sprintte
jij sprint sprintte
hij, zij, het sprint sprintte
wij sprinten sprintten
jullie sprinten sprintten
zij sprinten sprintten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesprint verleden tijd, deelwoord
gesprint te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesprint zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesprint voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesprint voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesprint voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesprint voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesprint voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesprint voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesprint voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesprint voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesprint actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesprint voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesprint voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesprint voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesprint voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesprint voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesprint voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sprint gebiedende wijs
sprinte aanvoegende wijs
sprintend onvoltooid, deelwoord
sprintte verleden tijd
te hebben gesprint actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sprinten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sprinten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesprint hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesprint hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesprint hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sprinten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sprinten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sprinten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesprint hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesprint hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesprint hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sprinten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sprinten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sprinten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesprint hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesprint hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesprint hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sprinten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sprinten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sprinten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesprint hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sprinten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesprint hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesprint hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesprint hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sprinten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sprinten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sprinten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sprinten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesprint hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sprinten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord sprint

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hard gaan over korte afstand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1925

Woordfamilie van sprinten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesprint voltooid deelwoord sprinten
gesprinte woordvorm sprinten
sprinte aanvoegende wijs sprinten
sprintend onvoltooid deelwoord sprinten
sprintende woordvorm sprinten
sprintte verleden tijd sprinten
sprintten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sprinten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sprinten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over sprinten

Hoe spreek ik sprinten uit?
Zo spreek je sprinten uit: /ˈsprɪntə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van sprinten?
Sprinten is een werkwoord. De betekenis is: een kort stuk hard rennen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik sprinten?
Zo vervoeg je sprinten zo: de tegenwoordige tijd is sprint, de verleden tijd is sprintte en het voltooid deelwoord is gesprint. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op sprinten?

Sprinten rijmt op 5 woorden op -inten; printen, tinten en grinten bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op sprinten, uitspraak ˈsprɪntən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
printen 2
tinten 2
grinten 2
finten 2
kolokwinten 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sprinten is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. R 2
  4. I 1
  5. N 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sprinten levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. R 2
  4. I 2
  5. N 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

sprinten in het kort

sprinten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van sprinten staan er 31 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort sprinten bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

sprinten: een kort stuk hard rennen
Deel sprinten — standaardnederlands.nl