Naar de inhoud

printen

het vanaf de computer op papier afdrukken met een printer.

printen

werkwoord ˈprɪntə(n)

Betekenis

  1. het vanaf de computer op papier afdrukken met een printer.

Hoe spreek je printen uit?

/ˈprɪntən/

Printen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈprɪntən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
r rood
ɪ pit
n nek
t tak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. het vanaf de computer op papier afdrukken met een printer

Vervoeging van printen

printenhele werkwoord — printteverleden tijd enkelvoud — printtenverleden tijd meervoud — geprintvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik print printte
jij print printte
hij, zij, het print printte
wij printen printten
jullie printen printten
zij printen printten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geprint impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geprint impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geprint impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geprint impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geprint worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geprint zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geprint worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geprint zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geprint verleden tijd, deelwoord
geprint te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geprint zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geprint voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geprint voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geprint voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geprint voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geprint voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geprint voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geprint voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geprint voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprint actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geprint voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geprint voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geprint voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geprint voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprint voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geprint voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
print gebiedende wijs
printe aanvoegende wijs
printend onvoltooid, deelwoord
printte verleden tijd
te hebben geprint actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te printen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen printen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geprint hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geprint hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geprint hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal printen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal printen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal printen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geprint hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geprint hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geprint hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou printen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou printen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou printen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geprint hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geprint hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geprint hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden printen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden printen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden printen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geprint hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt printen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geprint hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geprint hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geprint hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen printen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen printen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen printen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen printen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geprint hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult printen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Engelse to print

Woordfamilie van printen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geprint voltooid deelwoord printen
geprinte woordvorm printen
printe aanvoegende wijs printen
printend onvoltooid deelwoord printen
printende woordvorm printen
printte verleden tijd printen
printten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon printen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van printen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over printen

Hoe spreek je printen uit?
De uitspraak van printen is: /ˈprɪntə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent printen?
Printen is een werkwoord. Het woord betekent: het vanaf de computer op papier afdrukken met een printer. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je printen?
Je vervoegt printen als volgt: de tegenwoordige tijd is print, de verleden tijd is printte en het voltooid deelwoord is geprint. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op printen?

Printen rijmt op 5 woorden op -inten; sprinten, tinten en grinten bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op printen, uitspraak ˈprɪntən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
sprinten 2
tinten 2
grinten 2
finten 2
kolokwinten 4

Scrabble punten

Naar spel

Het woord printen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. I 1
  4. N 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

printen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. I 2
  4. N 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

printen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

printen in het kort

printen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van printen zijn 39 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort printen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

printen: het vanaf de computer op papier afdrukken met een printer.
Deel printen — standaardnederlands.nl