printen
werkwoord ˈprɪntə(n)Betekenis
- het vanaf de computer op papier afdrukken met een printer.
Hoe spreek je printen uit?
/ˈprɪntən/
Printen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- het vanaf de computer op papier afdrukken met een printer
Vervoeging van printen
printenhele werkwoord — printteverleden tijd enkelvoud — printtenverleden tijd meervoud — geprintvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | printte | |
| jij | printte | |
| hij, zij, het | printte | |
| wij | printen | printten |
| jullie | printen | printten |
| zij | printen | printten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geprint | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geprint | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geprint | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geprint | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geprint worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geprint zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geprint worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geprint zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geprint | verleden tijd, deelwoord |
| geprint te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geprint zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geprint | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geprint | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geprint | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geprint | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geprint | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geprint | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geprint | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geprint | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geprint | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geprint | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geprint | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geprint | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geprint | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geprint | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geprint | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| gebiedende wijs | |
| printe | aanvoegende wijs |
| printend | onvoltooid, deelwoord |
| printte | verleden tijd |
| te hebben geprint | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te printen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen printen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geprint hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geprint hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geprint hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal printen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal printen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal printen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geprint hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geprint hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geprint hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou printen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou printen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou printen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geprint hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geprint hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geprint hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden printen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden printen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden printen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geprint hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt printen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geprint hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geprint hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geprint hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen printen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen printen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen printen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen printen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geprint hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult printen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Engelse to print
Woordfamilie van printen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geprint | voltooid deelwoord | printen |
| geprinte | woordvorm | printen |
| printe | aanvoegende wijs | printen |
| printend | onvoltooid deelwoord | printen |
| printende | woordvorm | printen |
| printte | verleden tijd | printen |
| printten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | printen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van printen zijn vastgelegd.