Naar de inhoud

tinten

lichtjes van een kleur voorzien

tinten is meer dan één woord

tinten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈtɪntə(n)

Betekenis

  1. lichtjes van een kleur voorzien
  2. een ideologische invalshoek bezorgen

Hoe spreek je tinten uit?

/ˈtɪntən/

Tinten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtɪntən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
ɪ pit
n nek
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van tinten

tintenhele werkwoord — tintteverleden tijd enkelvoud — tinttenverleden tijd meervoud — getintvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tint tintte
jij tint tintte
hij, zij, het tint tintte
wij tinten tintten
jullie tinten tintten
zij tinten tintten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben getint voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent getint voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is getint impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getint impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getint impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getint impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getint worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getint zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getint worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getint zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getint verleden tijd, deelwoord
getint te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getint te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getint te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getint te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
getint te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getint worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getint zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getint zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
getint zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
getint zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getint voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getint voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getint voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getint voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getint voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getint voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getint voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getint voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getint actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getint voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getint voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getint voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getint voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getint voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getint voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is getint voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is getint voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getint actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tinten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tinten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tint gebiedende wijs
tinte aanvoegende wijs
tintend onvoltooid, deelwoord
tintte verleden tijd
waart getint voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getint voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren getint voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getint voltooid, verleden tijd, derde persoon
was getint voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was getint voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was getint voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd getint enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd getint enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd getint enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden getint enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden getint enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden getint enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt getint enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word getint enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden getint enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden getint enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden getint enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt getint enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt getint enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal getint hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getint hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getint hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal getint worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getint worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal getint zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getint zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tinten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tinten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tinten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn getint voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn getint voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn getint voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt getint voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou getint hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getint hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getint hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou getint worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getint worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou getint worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getint zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getint zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getint zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tinten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tinten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tinten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getint hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getint hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getint hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getint worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden getint worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden getint worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getint zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getint zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getint zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tinten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tinten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tinten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getint hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getint worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getint zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tinten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getint hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getint hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getint hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getint worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen getint worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen getint worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getint zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getint zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getint zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tinten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tinten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tinten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tinten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getint hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getint worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getint zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tinten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord tint

Herkomst

[werkwoord]: tint met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van tinten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
tinte aanvoegende wijs tinten
tintend onvoltooid deelwoord tinten
tintende woordvorm tinten
tintte verleden tijd tinten
tintten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tinten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tinten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tinten

Hoe spreek je tinten uit?
De uitspraak van tinten is: /ˈtɪntə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent tinten?
Tinten is een werkwoord. Het woord betekent: lichtjes van een kleur voorzien. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je tinten?
Je vervoegt tinten als volgt: de tegenwoordige tijd is tint, de verleden tijd is tintte en het voltooid deelwoord is getint. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op tinten?

Op tinten rijmen 5 woorden, onder andere sprinten, printen en grinten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op tinten, uitspraak ˈtɪntən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
sprinten 2
printen 2
grinten 2
finten 2
kolokwinten 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tinten is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. I 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tinten levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 39 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. I 2
  3. N 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 39 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tinten telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

tinten in het kort

tinten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van tinten zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tinten bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tinten: lichtjes van een kleur voorzien
Deel tinten — standaardnederlands.nl