sprinter
zelfstandig naamwoord ˈsprɪntərBetekenis
- iets of iemand die heel snel korte afstanden kan afleggen
- een type stoptrein
Hoe spreek je sprinter uit?
/ˈsprɪntər/
Sprinter bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een stoptrein (in Nederland)
- wielrenner die tijdens een wielerwedstrijd een sprintje trekt
- wielrenner die goed is of gespecialiseerd is in het sprinten tijdens een wielerwedstrijd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sprinters | meervoud |
| sprintertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sprintertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van sprinten met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van sprinter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sprinters | meervoud | sprinter |
| sprintertje | verkleinwoord | sprinter |
| sprintertjes | verkleinwoord meervoud | sprinter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sprinter zijn vastgelegd.