smaak
zelfstandig naamwoord, werkwoord smakBetekenis
- zintuig waarmee men mee proeft
- gewaarwording bij het proeven van eten en drank
- bepaalde subjectief|subjectieve voorkeur
Hoe spreek je smaak uit?
/smak/
Smaak bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| m | maan |
| a | maan |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaalde subjectieve voorkeur figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| smaakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| smaakjes | verkleinwoord, meervoud |
| smaken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smaken
- gebiedende wijs van smaken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smaken
Vervoeging van smaak
smaakhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘zintuig om te proeven’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van smaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| smaakje | verkleinwoord | smaak |
| smaakjes | verkleinwoord meervoud | smaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smaak zijn vastgelegd.