| - |
impersonal, passief
|
| ben gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is gesmaakt |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gesmaakt |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gesmaakt |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gesmaakt |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gesmaakt worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gesmaakt zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gesmaakt worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gesmaakt zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gesmaakt |
verleden tijd, deelwoord
|
| gesmaakt te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gesmaakt te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gesmaakt te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gesmaakt te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gesmaakt te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gesmaakt worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gesmaakt zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gesmaakt zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gesmaakt zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gesmaakt zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gesmaakt |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gesmaakt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gesmaakt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gesmaakt |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gesmaakt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gesmaakt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gesmaakt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gesmaakt |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| smaak |
gebiedende wijs
|
| smaakte |
verleden tijd
|
| smake |
aanvoegende wijs
|
| smakend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben gesmaakt |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te smaken |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen smaken |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart gesmaakt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gesmaakt |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren gesmaakt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gesmaakt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gesmaakt |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was gesmaakt |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was gesmaakt |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd gesmaakt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd gesmaakt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd gesmaakt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden gesmaakt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden gesmaakt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden gesmaakt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt gesmaakt |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word gesmaakt |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden gesmaakt |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden gesmaakt |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden gesmaakt |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt gesmaakt |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt gesmaakt |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal gesmaakt hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gesmaakt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gesmaakt hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gesmaakt worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gesmaakt worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gesmaakt zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gesmaakt zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal smaken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal smaken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal smaken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt gesmaakt |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou gesmaakt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gesmaakt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gesmaakt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gesmaakt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gesmaakt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou gesmaakt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gesmaakt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gesmaakt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gesmaakt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou smaken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou smaken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou smaken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gesmaakt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gesmaakt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gesmaakt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gesmaakt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden gesmaakt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden gesmaakt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gesmaakt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gesmaakt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gesmaakt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden smaken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden smaken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden smaken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gesmaakt hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gesmaakt worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gesmaakt zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt smaken |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gesmaakt hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gesmaakt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gesmaakt hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gesmaakt worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen gesmaakt worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen gesmaakt worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gesmaakt zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gesmaakt zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gesmaakt zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen smaken |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen smaken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen smaken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen smaken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gesmaakt hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gesmaakt worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gesmaakt zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult smaken |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|