Naar de inhoud

smaken

een smaak hebben

smaken is meer dan één woord

smaken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een smaak hebben
  2. naar meer ~: zo goed bevallen, dat je er meer van wilt

werkwoord

  1. een bepaalde smaak hebben impersonal, intransitive
  2. een aangename, goede smaak hebben impersonal, intransitive
  3. met meewerkend voorwerp, aanstaan [1], behagen, bevallen [1] figuratively, intransitive
  4. nuttigen, proeven transitive
  5. genieten van figuratively, transitive
  6. ervaren, ondergaan, ondervinden figuratively, obsolete, transitive

Vervoeging van smaken

smakenhele werkwoord — smaakteverleden tijd enkelvoud — smaaktenverleden tijd meervoud — gesmaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smaak smaakte
jij smaakt smaakte
hij, zij, het smaakt smaakte
wij smaken smaakten
jullie smaken smaakten
zij smaken smaakten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesmaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesmaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesmaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesmaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesmaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesmaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesmaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesmaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesmaakt verleden tijd, deelwoord
gesmaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesmaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesmaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesmaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesmaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesmaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesmaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesmaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesmaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesmaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesmaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesmaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesmaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesmaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesmaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
smaak gebiedende wijs
smaakte verleden tijd
smake aanvoegende wijs
smakend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesmaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te smaken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen smaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesmaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesmaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesmaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesmaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesmaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesmaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesmaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesmaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesmaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesmaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesmaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesmaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesmaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesmaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesmaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesmaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesmaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesmaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesmaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesmaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesmaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesmaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesmaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesmaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal smaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal smaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal smaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesmaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesmaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesmaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesmaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou smaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou smaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou smaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesmaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesmaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesmaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesmaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesmaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesmaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesmaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesmaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesmaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden smaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden smaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden smaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesmaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesmaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesmaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt smaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesmaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesmaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesmaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesmaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesmaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesmaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesmaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesmaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesmaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen smaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen smaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen smaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen smaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesmaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesmaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesmaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult smaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord smaak

Woordfamilie van smaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
smaakt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon smaken
smaakte verleden tijd smaken
smaakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon smaken
smake aanvoegende wijs smaken
smakend onvoltooid deelwoord smaken
smakende woordvorm smaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smaken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over smaken

Wat betekent smaken?
Smaken is een werkwoord. Het woord betekent: een smaak hebben. Deze pagina beschrijft 8 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je smaken?
Je vervoegt smaken als volgt: de tegenwoordige tijd is smaak, de verleden tijd is smaakte en het voltooid deelwoord is gesmaakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord smaken is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. M 3
  3. A 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

smaken levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. M 3
  3. A 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

smaken telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

smaken in het kort

smaken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 8 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van smaken zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort smaken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

smaken: een smaak hebben
Deel smaken — standaardnederlands.nl