overheidstaak
zelfstandig naamwoord /ˈoːvərɦɛitsˌtaːk/Betekenis
- een taak die de overheid geacht wordt uit te voeren
Hoe spreek je overheidstaak uit?
/ˈovərhɛitsˌtak/
Overheidstaak bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| s | sok |
| a | maan |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overheidstaakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| overheidstaakjes | verkleinwoord, meervoud |
| overheidstaken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van overheid en taak met het invoegsel -s-
Woordfamilie van overheidstaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overheidstaakje | verkleinwoord | overheidstaak |
| overheidstaakjes | verkleinwoord meervoud | overheidstaak |
| overheidstaken | meervoud | overheidstaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overheidstaak zijn vastgelegd.