makaak
zelfstandig naamwoord /ma'kak/Betekenis
- een aap behorende tot een geslacht (Macaca) van apen van de Oude Wereld die leven in Azië van India en Tibet oostwaarts tot Japan, Java, de Filipijnen en Celebes en één soort in Noordwest-Afrika (de berberaap, Macaca sylvanus)
- iemand vanuit Noord-Afrika
Hoe spreek je makaak uit?
/maˈkak/
Makaak bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een aap behorende tot een geslacht Macaca van apen van de Oude Wereld die leven in Azië van India en Tibet oostwaarts tot Japan, Java, de Filipijnen en Celebes en één soort in Noordwest-Afrika (de berberaap, Macaca sylvanus)
- iemand vanuit Noord-Afrika #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker. pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| makaakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| makaakjes | verkleinwoord, meervoud |
| makaken | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Portugees, in de betekenis van ‘hondsaap’ voor het eerst aangetroffen in 1929
Woordfamilie van makaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| makaakje | verkleinwoord | makaak |
| makaakjes | verkleinwoord meervoud | makaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van makaak zijn vastgelegd.