zelfbedieningszaak
zelfstandig naamwoord ˈzɛlᵊvbəˌdinɪŋˌsakBetekenis
- een zaak waarin de klanten zelf de door hen gewenste producten uitkiezen en afrekenen
Hoe spreek je zelfbedieningszaak uit?
/ˈzɛləvbəˌdinɪŋˌsak/
Zelfbedieningszaak bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ə | de |
| v | vis |
| b | bak |
| d | dak |
| i | riet |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- winkel waar de klanten zelf (zonder hulp van een verkoper) de door hen gewenste producten verzamelen en daarna afrekenen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfbedieningszaakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zelfbedieningszaakjes | verkleinwoord, meervoud |
| zelfbedieningszaken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zelfbediening zn "werkwijze waarbij klanten weinig hulp van personeel krijgen" en zaak zn "onderneming, winkel" met het invoegsel -s-
Woordfamilie van zelfbedieningszaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfbedieningszaakje | verkleinwoord | zelfbedieningszaak |
| zelfbedieningszaakjes | verkleinwoord meervoud | zelfbedieningszaak |
| zelfbedieningszaken | meervoud | zelfbedieningszaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfbedieningszaak zijn vastgelegd.